ECDL modules


Hieronder ziet u een overzicht van ECDL-modules waarvoor we lesmateriaal beschikbaar hebben.


Er kan gekozen worden voor boeken waaruit leerlingen de opdrachten maken en in de online omgeving extra opdrachten en toetsen maken. Maar er kan ook gekozen worden voor een volledige online variant waarin ook de opdrachten online worden aangeboden.

Tekstverwerking

De module Tekstverwerking is een van onze Office modules. In deze module leer je de basis van (samen)werken met Word: je weet hoe je bestanden aanmaakt en opslaat. Je kunt documenten op verschillende manieren opmaken en samenvoegen. Daarnaast kun je tabellen en afbeeldingen invoegen en tekeningen maken.


Examenonderwerpen

Er wordt getoetst op 6 hoofdonderwerpen. In onze syllabus zie je per hoofdonderwerp de eindtermen staan.

  1. De applicatie (Word) gebruiken
  2. Documenten maken
  3. Opmaak (tekst & alinea’s & stijlen)
  4. Objecten (tabellen maken & tabelopmaak & grafische objecten)
  5. Samenvoegen van documenten (voorbereiding & uitvoer)
  6. Uitvoer voorbereiden (van afdrukken).


In deze module leer je een aantal basisvaardigheden.
Na afloop kun je:

  • Documenten opslaan in verschillende bestandsindelingen.
  • Problemen oplossen met ingebouwde opties zoals de Helpfunctie.
  • Tabellen, afbeeldingen en getekende objecten invoegen in documenten.
  • Documenten samenvoegen.
  • Pagina-instellingen veranderen en spelling controleren voor je de documenten afdrukt.
  • Documenten op verschillende manieren opmaken voor je ze verspreidt. Ook weet je welke opmaak het best past bij het type document waar je mee werkt.


Spreadsheets

De module Basis Spreadsheets is een van onze Office modules. Je leert de basis van werken met Excel: je laat zien dat je een goed begrip hebt van spreadsheets. Daarnaast kun je de juiste formules invoeren in een spreadsheet en kloppende resultaten krijgen.


Examenonderwerpen

Er wordt getoetst op 7 hoofdonderwerpen. In onze syllabus zie je per hoofdonderwerp de eindtermen staan.

  1. Spreadsheets gebruiken
  2. Cellen (invoegen, selecteren, bewerken, kopiëren)
  3. Werkbladen beheren
  4. Formules en functies van Excel
  5. Opmaak
  6. Grafieken (maken en bewerken)
  7. Uitvoer voorbereiden (van afdrukken)


Onderdeel van deze module zijn een aantal basisvaardigheden.
Na afloop kun je:

  • Werken met spreadsheets en deze opslaan in verschillende bestandsformaten.
  • Ingebouwde opties gebruiken zoals de Help-functie van het programma om problemen op te lossen.
  • Wiskundige en logische formules gebruiken en daarbij standaardtoepassingen van de spreadsheet gebruiken. Je weet hoe je formules maakt en je herkent fouten in formules.


Je ontwikkelt een aantal praktische vaardigheden.
Na afloop kun je:

  • Gegevens invoeren in een cel in en lijsten maken.
  • Gegevens selecteren, sorteren, kopiëren, verplaatsen en verwijderen.
  • Rijen en kolommen in een werkblad bewerken.
  • Werkbladen hernoemen, kopiëren, verplaatsen en verwijderen.
  • Getallen en tekst gebruiken in een spreadsheet.
  • Grafieken kiezen, maken en opmaken om informatie op een zinvolle manier te presenteren.
  • Pagina-instellingen van een spreadsheet wijzigen en de inhoud van een spreadsheet controleren en corrigeren voordat je de spreadsheet afdrukt.


Presentaties

De module Basis Presentaties draait om werken met presentaties. Je leert basisbegrippen en praktische vaardigheden, zoals opslaan in verschillende bestandsformaten. Je kunt tekst, beeld en grafieken invoegen. En je kunt zorgen voor een aansprekende lay-out.


Examenonderwerpen

Er wordt getoetst op 6 hoofdonderwerpen. In onze syllabus zie je per hoofdonderwerp de eindtermen staan.

  1. Presentatie gebruiken (begrippen en organisatie)
  2. Nieuwe presentatie ontwikkelen
  3. Tekst
  4. Grafieken
  5. Grafisch beeld invoegen, maken en bewerken (afbeelding, illustratie, tekening)
  6. Klaarmaken voor uitvoer (spellingscontrole, overgangseffecten, notities).


In deze module leer je een aantal basisvaardigheden.
Na afloop kun je:

  • Presentaties opslaan in verschillende bestandsindelingen.
  • De Helpfunctie gebruiken om snel iets op te zoeken en zo efficiënter te werken.
  • Tekst invoeren, bewerken en opmaken in een presentatie.
  • Unieke titels geven aan dia’s.
  • De inhoud van je presentatie controleren en corrigeren, voordat je deze afdrukt en voordat je de presentatie geeft.


Op het gebied van lay-out van presentaties kun je na deze module:

  • Grafieken kiezen, maken en opmaken om informatie op een zinvolle manier te presenteren.
  • Foto’s, afbeeldingen en illustraties invoegen en bewerken.
  • Animaties en overgangseffecten gebruiken in presentaties.


In deze module leer je een aantal basisbegrippen.
Na afloop begrijp je:

  • De verschillende mogelijkheden om je presentatie weer te geven.
  • Hoe en waar je verschillende indelingen en ontwerpen voor dia’s kunt kiezen.

Databases

De module basis Databases draait om de basis van werken met databases. Je leert basisbegrippen en vaardigheden om goed te kunnen werken met databases Je kunt werken met tabellen, leert gegevens ophalen en kunt formulieren gebruiken.


Examenonderwerpen

Er wordt getoetst op 6 hoofdonderwerpen. In onze syllabus zie je per hoofdonderwerp de eindtermen staan.

  1. Databases begrijpen (begrippen en organisatie)
  2. Werken met een database
  3. Tabellen
  4. Gegevens ophalen
  5. Objecten (formulieren)
  6. Uitvoer naar een rapport.


In deze module leer je een aantal basisvaardigheden.
Na afloop kun je:

  • Een eenvoudige database maken.
  • De inhoud van de database in verschillende weergaven bekijken.
  • Een formulier maken om records en gegevens in records in te voeren, te bewerken en te verwijderen.
  • Een tabel maken, velden en de bijbehorende eigenschappen definiëren en bewerken.
  • Gegevens in een tabel invoeren en bewerken.
  • Een tabel of formulier sorteren en filteren.
  • Query’s maken, bewerken en uitvoeren om bepaalde informatie uit een database op te vragen.
  • Routinerapporten maken en deze klaarmaken voor verspreiding.


In deze module leer je een aantal basisbegrippen.
Na afloop begrijp je:

  • Wat een database is.
  • Hoe je een database organiseert en bedient.
  • Wat een formulier is.

Computer Essentials

De module Computer Essentials draait om de basis van ICT. Je leert vaardigheden om goed om te kunnen werken op een computer: je weet hoe je bestanden aanmaakt en opslaat. Daarnaast kun je inloggen op netwerken en leer je hoe je gegevens kunt beveiligen.


Examenonderwerpen

Er wordt getoetst op 6 hoofdonderwerpen. In onze syllabus zie je per hoofdonderwerp de eindtermen staan.

  1. Computers en apparaten
  2. Bureaublad, pictogrammen, instellingen
  3. Uitvoer (werken met tekst & afdrukken)
  4. Bestandsbeheer
  5. Netwerken
  6. Beveiliging en welzijn


Onderdeel van deze module zijn een aantal basisvaardigheden.
Na afloop kun je:

  • effectief werken op het bureaublad met pictogrammen en vensters.
  • belangrijke instellingen van het besturingssysteem wijzigen en de Helpfunctie gebruiken.
  • een eenvoudig document maken en afdrukken.
  • efficiënt bestanden en mappen organiseren.
  • hulpprogramma’s gebruiken om bestanden te comprimeren en uit te pakken.
  • verbinding maken met een computer netwerk


Na afloop begrijp je:

  • de belangrijkste begrippen in ICT, computers, randapparatuur en software.
  • de belangrijkste begrippen van bestandsbeheer.
  • de belangrijkste methoden voor het opslaan van gegevens.
  • netwerkconcepten en verbindingsopties.
  • hoe beveiliging van gegevens en apparaten tegen kwaadaardige en /of schadelijke software werkt.
  • hoe belangrijk het is dat je back-ups maakt.
  • welke overwegingen belangrijk zijn voor duurzaam IT gebruik en ergonomie.

Online Essentials

De module Online Essentials draait om de basis van online werken. Je leert basisbegrippen en vaardigheden om goed te kunnen werken met internet: je leert slim zoeken naar informatie. Daarnaast begrijp je dat online communicatie anders is dan offline communicatie en je kunt hier rekening mee houden, ook in je e-mails.


Examenonderwerpen

Er wordt getoetst op 5 hoofdonderwerpen. In onze syllabus zie je per hoofdonderwerp de eindtermen staan.

  1. Browsen op het web
  2. Informatie op het web (zoeken, beoordelen & auteursrecht)
  3. Communicatie (online gemeenschappen & communicatietools)
  4. E-mail (ontvangen, versturen & ordenen en agendabeheer)


In deze module leer je een aantal basisvaardigheden.
Na afloop kun je:

  • De webbrowser gebruiken.
  • Browserinstellingen, bladwijzers en webgegevens beheren.
  • Effectief informatie zoeken op het internet en webgegevens kritisch beoordelen.
  • E-mails verzenden, ontvangen en e-mailinstellingen beheren.
  • E-mails ordenen en doorzoeken.
  • Agenda’s gebruiken.


Na afloop begrijp je:

  • Wat belangrijk is in online beveiliging.
  • Kwesties over auteursrecht en gegevensbeveiliging.
  • De begrippen online gemeenschap, communicatie en e-mail.

Digi-veiligheid

De module Digitale veiligheid draait om veilig werken met ICT in het dagelijks leven. Je leert hoe je veilig verbindt met een netwerk. Daarnaast leer je het internet veilig te gebruiken en je leert veilig om te gaan met gegevens en informatie.


Examenonderwerpen

Er wordt getoetst op 7 hoofdonderwerpen.

  1. Beveiligingsbegrippen (de waarde van informatie en bestandsbeveiliging)
  2. Malware (soorten & methoden, oplossen & verwijderen)
  3. Netwerkbeveiliging
  4. Toegangsbeheer
  5. Veilig internetgebruik
  6. Communicatie
  7. Veilig gegevensbeheer


In deze module leer je een aantal basisvaardigheden.
Je leert zelf beveiligen en na afloop kun je:

  • Bestanden en gegevens beveiligen met wachtwoorden en versleuteling (encryptie).
  • Wachtwoorden op een veilige manier beheren en bijwerken.
  • Een computer of device beschermen tegen ongeoorloofde toegang.
  • Een computer, een mobiele device of een netwerk beveiligen en malware-aanvallen weerstaan


Andere vaardigheden die de veiligheid verbeteren leer je.
Na afloop kun je:

  • Lokaal en in de cloud back-ups maken van gegevens.
  • Gegevens terugzetten en gegevens veilig verwijderen.
  • Browserinstellingen veranderen, zodat je veilig werkt.
  • Persoonlijke firewalls en hotspots gebruiken.


In deze module leer je een aantal basisbegrippen.
Na afloop begrijp je:

  • Verificatie van websites en veilig internetten.
  • Het belang van beveiliging van informatie en gegevens.
  • Algemene principes voor bescherming, behoud en beheer van gegevens/privacy.
  • Waar gevaren liggen voor identiteitsdiefstal en potentiële gevaren van cloud computing.
  • Het gevaar van malware.
  • Veelgebruikte typen beveiliging van (draadloze) netwerken. Deze kun je ook herkennen.
  • Beveiligingsproblemen die een rol spelen bij het gebruik van e-mail, sociale netwerken, Voice-over-Internet-Protocol, Instant Messaging en mobiele devices.

Keuzedeel Digitale vaardigehden DV Basis

Het Keuzedeel Digitale Vaardigheden Basis is inzetbaar vanaf MBO niveau 2.

Onderwerpen die aan bod komen zijn:

  1. tekstverwerken
  2. spreadsheets
  3. e-mail
  4. cloud computing
  5. internet/ informatie opvragen en bewaren
  6. mediawijsheid
  7. presentatie
  8. social media
  9. mobile devices

Keuzedeel Digitale vaardigheden Gevorderd

Het Keuzedeel Digitale Vaardigheden Gevorderd is geschikt voor MBO 4 en 4 niveau.

Onderwerpen die aan bod komen zijn:

  1. tekstverwerken
  2. spreadsheets
  3. e-mail
  4. social media
  5. cloud computing
  6. databases en analyse
  7. beveiliging en privacy
  8. backup en restore
  9. mobile devices
  10. internet/ informatie opvragen en bewaren
  11. agenda
  12. webapplicatie
  13. presentatie
  14. video- en geluidsopname en bewerking
  15. normen en formaten
  16. mediawijsheid